De VAN HEMEL couveuse
De eerste is gebouwd in Uganda in 1968; er zijn nu meer dan 1200 speciaal ontworpen couveuses, bekend als: Van Hemel Incubator, in bijna alle ontwikkelingslanden
Er worden per jaar ongeveer 25 nieuwe couveuses gebouwd. Het basismodel komt als een bouwpakket, verpakt in een box van ongeveer 30 kg. De werking is eenvoudig en uiterst betrouwbaar. Sommige van de oudste couveuses werken al meer dan 30 jaar zonder noemenswaardig onderhoud.
Ze zijn ontworpen door Dr Van Hemel uit Nederland, terwijl hij in Uganda werkzaam was. Ze zijn vervaardigd met steun van vele sponsoren en kunnen worden aangeboden voor slechts € 325,-.
De werking van de couveuse
Gloeilampen (3 van 100 watt) verhitten de lucht in het onderste deel van de couveuse. De lucht passeert een container met verdampend water, zodat deze bevochtigd wordt. De warme vochtige lucht stroomt naar boven(schoorsteen effect) in het gedeelte waar de baby ligt. Een thermostaat in een van de uitgangen meet de temperatuur van de lucht en vergelijkt deze met de ingestelde temperatuur. Als het te warm is schakelen de gloeilampen uit en is het te laag dan gaan de gloeilampen weer aan. De baby kan worden geobserveerd door het perspexglas en kan verzorgd worden door de armgaten met mouwen. De perspex voor- en bovenzijde kunnen worden weggeklapt voor volledige toegang tot het kind.
Observatie
Een instabiele premature pasgeborene kun je het beste naakt observeren. Gedrag, kleur en manier van ademhalen kunnen informatie geven over de toestand waarin het kind zich bevindt. Dit is noodzakelijk in een instabiele fase. Gedoseerd zuurstof geven, antibiotica en sondevoeding zijn mogelijk. Maar als je een kind naakt observeert is controle van de temperatuur zeer belangrijk. In dit perspectief gezien is het relevant om te weten dat je makkelijk warmte verliest door straling. Daarom is er niet gekozen voor perspex rondom net als in de westerse couveuses, maar hebben slechts 2 van de 6 zijdes perspex en is de rest van hout.
Bevochtiging
Lucht verwarmen van 20˚C kamertemperatuur naar 35˚C in een couveuse zorgt voor een lage luchtvochtigheid. Dit moet worden voorkomen omdat het kan resulteren in vochtverlies bij het kind. Het warmtegeleidend vermogen van lucht is aanzienlijk beter als het vochtig is. Bovendien zal bevochtigde lucht vochtverlies bij het kind voorkomen. Daarvoor moet de relatieve luchtvochtigheid boven 60% worden gehouden. De couveuse heeft hiervoor een hygrometer.
Infectie
Kruisinfectie vormt een extra gevaar bij prematuur geboren kinderen met een onderontwikkeld afweersysteem. Daarom moet de lucht minder bacteriën bevatten dan de lucht in de kamer. De Van Hemel Couveuse heeft geen motor die de lucht laat circuleren binnen de couveuse, maar krijgt steeds “verse’ lucht van buitenaf.
Moeder en kind
Het nadeel van het verzorgen van een baby in een couveuse is het tekort aan lichaamscontact met de moeder. Zo gauw als het kind het aankan moet worden gestart met de kangoeroemethode. Kan dit niet dan moet de moeder gestimuleerd worden om via de armgaten contact te maken met haar baby. De mouwen bij de armsgaten voorkomen warmteverlies. Het heeft de voorkeur om de moeder zelf de afgekolfde moedermelk in de vorm van sondevoeding te laten geven. |